PAULINE---proefvaart-12-07-


PAULINE
Bouwjaar 1915
Gebouwd bij J. & A. van der Schuyt te Papendrecht
gebouwd voor Russische opdrachtgevers in 1916,
order geannuleerd na Russische revolutie.
Tijdens de bouw overgenomen door Bureau Wijsmuller,
te water augustus 1916,
aankoop Wijsmuller 06-05-1917, proefvaart 12-07-1917.
Bouwnummer:
Machine-vermogen: 500 ipk
Machine-installatie: Triple/3 Cil. Fabr. de Schelde
Snelheid: 10 knopen
Trekkracht:
Bruto register ton:
Lengte over alles: 27,50 m
Lengte tussen loodlijnen: 24,77 m
Breedte: 6,62 m
Holte: 3,20 m
Diepgang: 2,85

Geschiedenis
De "Pauline" werd gebouwd in opdracht van het Russisch
Gouvernement te Sint Petersburg.
De kiellegging hiervoor vond plaats in december 1915.
Augustus 1916 ging het nog naamloze casco te water.
Door de Russische Revolutie ontstonden er betalingsproblemen
en werden de orders, die uitstonden voor de bouw van twaalf
sleepboten bij diverse Nederlandse werven, geannuleerd.
Zes van de twaalf sleepboten waren in aanbouw op de werf
van J. & A. van der Schuyt te Papendrecht,
en werden te koop aangeboden.
NV Bureau Wijsmuller koopt de "Pauline" aan op 6 mei 1917.
Na de afbouw is de sleepboot bestemd voor eigen gebruik
of de handel.
Nadat de "Pauline" had proefgevaren op 12 juli 1917,
werd zij eerst bij de scheepswerf opgelegd, later in Rotterdam.
Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog stagneerde het
aanbod van sleepwerk en de verkoop in schepen.
Nadat de "Pauline" met potentiƫle kopers had proefgevaren,
die toch maar van koop afzagen, werd de te Rotterdam
gevestigde scheepsmakelaar Jacq. Pierot ingeschakeld.

Door bemiddeling werd de "Pauline" tenslotte in
februari 1918 verkocht aan de Koninklijke Marine,
die haar in de vaart nam als "Mijnenveger 4".
Opmerking: Het feit dat de mijnenvegers 1 t/m 4
oorspronkelijk door een Russische opdrachtgever besteld
zijn als sleepboten en het ontwerp per saldo ook door de
opdrachtgever en de werf zal zijn bepaald, geeft aanleiding
om te veronderstellen dat de "Hercules" evenals de "Achilles"
(gebouwd in dezelfde periode bij dezelfde werven)
overeenkomstig het basis ontwerp van de M1 t/m M4 zijn gebouwd.
September 1925 verbleef de "Mijnenveger 4" op de Rijkswerf
te Hellevoetsluis voor reparaties en onderhoud.
April 1926 verbleef de "Mijnenveger 4" op de Rijkswerf te
Hellevoetsluis voor reparaties en onderhoud.
Op 11 maart 1927 maakt de "Mijnenveger 4" ten zuiden van de
Nieuwe Waterweg de onderzeeer "O. VI", die kampt met
roerproblemen, vast en sleept deze voor reparaties naar
de Rijkswerf in Hellevoetsluis.
December 1927 verbleef de "Mijnenveger 4" op de Rijkswerf
te Hellevoetsluis voor reparaties en onderhoud.
Omstreeks 1931 werd de naam "Mijnenveger 4" gewijzigd
in "M.4".

Tijdens de Duitse aanval op Nederland in 1940 was de "M. 4"
net als de "M. 1", "M. 2" en "M. 3" verbonden aan de
2de divisie mijnenvegers in IJmuiden.
Onder commando van Luitenant ter Zee 2e klasse J.P.D. Visser,
werd de "M. 4" door de eigen bemanning tot zinken gebracht
in het Zuider-toeleidingskanaal van IJmuiden, ter hoogte
van het semafoor.
Tezamen met het eveneens tot zinken gebrachte
stoom schip "Naaldwijk", werd hierdoor het scheepvaartverkeer
gestremd.

Helaas laat de geschiedenis ook het volgende weten:
Op 13-05-1940 liep de mijnenveger "M. 4" van de Divisie
Mijnenvegers II op een mijn. Deze mijnenveger moest het vak
tussen de Velserbrug en de sluizen bewaken.
De daarop volgende dag werden de sluizen gesaboteerd door de
bewegende delen te vernielen en de elektrische centrale
op te blazen.
Dit zou inhouden dat de "M. 4" niet in het
Zuider-toeleidingskanaal van IJmuiden, ter hoogte van
het semafoor tot zinken is gebracht.
Op 22 juli 1940 werd de "M. 4" gelicht en hersteld.

Na de reparatie kwam zij in dienst bij de Zeereddingsdienst
als "ZRD 47". Niet lang daarna ging de "ZRD 47" over naar
het Bergungsschiffe Verband als "BS 9".
Na de oorlog werd de "BS 9" beschadigd teruggevonden op de
Rijkswerf te Den Helder, na reparatie keerde de "BS 9"
terug bij de Koninklijke Marine, die haar als "RS 23",
met als thuishaven IJmuiden, in dienst nam.
De "RS 23" kwam in juni 1947 in dienst als "RS 7".

Het toetreden van Nederland tot de NAVO doet in 1950
wederom het naamsein van de sleepboot veranderen.
Ditmaal werd zij gewijzigd in "A 847". En kwam de sleepboot
in 1951 ter beschikking van de matrozen opleiding in Vlissingen.
Op 8 mei 1952 is de sleepboot buiten dienst gesteld
en toegevoegd aan de reservevloot.
Na een inspectie keuring op de Rijkswerf en bij de
Kleine Vaartuigen Dienst, werd de sleepboot opnieuw in dienst g
esteld op 14 december 1953, onder hetzelfde naamsein,
dat in 1956 echter veranderd werd in "Y 8262".
Medio 1961 werd de "Y 8262" uit de vaart gehaald
en geschikt gemaakt voor het leveren van stoom.

Half 1965 werd de "Y 8262" verbouwd tot tanken wasboot,
hiertoe werd de voortstuwing verwijderd en de accommodatie
uitgebroken tot op de scheepshuid. Na verwijdering van mast,
stuurhuis en kolenbunkers, werd de "Y 8262" ter hoogte van
de beting door midden gesneden en verlengd met 3,75 meter.
Deze verlenging was een tank, die ten doel had verontreinigd
water en olie op te vangen.
Tot in 1991 is het schip als zodanig in gebruik gebleven.
Op 10 januari 1992 werd zij overgedragen aan de
Dienst der Domeinen te Haarlem, welke het vaartuig twee maanden
later verkocht voor een bedrag van 23.437 gulden
aan de heren Kieft (Hoorn) en Tichelaar (Harlingen).
Het vaartuig was bestemd voor de handel.

Het vaartuig werd later aangekocht door de heer P. Hortensius
te Zwolle, welke haar op 21 juni 1992 liet wegslepen van de
werf 'Friesland' te Harlingen, naar de scheepswerf van Metz te Urk.
Na inspectie werd de sleepboot vervolgens versleept naar Kampen.
Te grote verbouwingskosten doet de heer Hortensius besluiten het
vaartuig van de hand te doen. Hiertoe doet hij haar over aan
de heren C. Snijder (Wapenveld) en T. van Osch (Zwolle).
Deze twee eigenaren lieten op 2 december 1993 de ketel
verwijderen en onderging het vaartuig een algehele verbouwing
tot restaurant.

De nog goede ketel (ketelnr 2830) werd verkocht en werd later
geplaatst in de stoomsleepboot "Jacob Langeberg".
Op 5 september 1994 werd het restaurant-schip afgeleverd in
de Thorbecke gracht te Zwolle, alwaar het werd afgemeerd met
de naam "THOR".
Eind 2010 werd de "THOR" openbaar geveild nadat het restaurant
wat er in was gevestigd failiet was gegaan.
Restaurantschip "THOR" is 20 oktober 2010 verkocht op een
openbare veiling voor euro 60.000,00 aan Rik Elings.
Restaurantschip "THOR" is woensdag 12 januari 2011 versleept
naar Hasselt om gestript te worden bij Scheepsafbouwbedrijf Hasselt.
Nadat de "THOR" in Hasselt is gestript wordt ze verhaald naar
Scheepswerf Metz in Urk waar de "THOR" op de helling gaat
en het onderwaterschip wordt aangepakt.
De bedoeling is dat de "THOR" wordt verbouwd tot een theaterschip.
Op 27 juni 2011 keerde de "THOR" weer terug in Zwolle vanaf de werf in Hasselt.

De bedoeling is dat de "THOR" een cultuur schip wordt,
huiskamer concerten, workshops, etc.
Ook zal de eigenaar Rik Elings aan boord van de "THOR" gaan wonen.

Foto + gegevens uit collectie Mare Liberum Scheepsfotografie

» terug naar KOOPVAARDIJ klik op > • Startpagina